Skip to main content

Jongste Veenmol

VEENMOL 2024-2

VEENMOL 2024-2.
Alle edities van de Veenmol zijn bijzonder om te maken, maar het oorlogsnummer vaak toch een tikkeltje extra. Vaak wordt gedacht dat na al die jaren er geen nieuwe verhalen meer bovenkomen, maar het tegendeel blijkt waar. Elk jaar verbazen de redactieleden zich opnieuw over de artikelen die worden ingezonden. Soms korte verhalen, maar ook artikelen waar heel veel onderzoek voor is verricht.

Deze Veenmol brengt ze weer allebei. Gert Hemstede vertelt over de vondst van 'de wing'. “Tijdens de oorlog haalden mijn ouders, Gerrit en Willy, regelmatig melk bij boeren, waarschijnlijk om de distributiebonnen te kunnen sparen. Zo ook deze keer. Gerrit was altijd al een ochtendmens en stond meestal voor dag en dauw op. Hij ging op weg naar Arend (Aorentie) Otten nabij de Hondhang in de richting van Echten. Bij de boerderij aangekomen zag hij zoon Stoffer Otten al staan. Deze hield Gerrit staande en vertelde hem dat hij wat bijzonders in de sloot had. In de slootkant onder wat hooi lag een tweetal parachutisten van een neergestort vliegtuig.”

Cor Koopmans zocht uit wat er gebeurde tijdens de Tweede Wereldoorlog met de koninklijke straatnamen in Hoogeveen en zette de feiten op een rij. “In de Tweede Wereldoorlog moesten straten, pleinen en gebouwen met een koninklijke naam, op gezag van de Duitse bezetter, andere namen krijgen. Het betrof namen van nog in leven zijnde leden van het Koninklijk Huis. De volgende namen mochten bij de aanduidingen niet meer worden gebruikt: Wilhelmina of Koningin Wilhelmina; Juliana of Prinses Juliana; Beatrix of Prinses Beatrix; Irene of Prinses Irene; Bernhard zur Lippe Biesterfeld of Prins Bernhard of Bernhard.”

Greet Koopmans vertelt het verhaal van Puck Prins-Schonewille en haar vader Albert Schonewille. “Vader Schonewille was handelaar, hoofdzakelijk in koeienhuiden, maar soms in schapenhuiden. Huiden werden één keer per maand opgehaald vanaf de Alteveerstraat door Klaas Veldman, met een schip. Daarvoor haalde mijn vader één keer per week alle huiden op bij de slagers in Hoogeveen met een transportfiets. De slagers waren allemaal lid van de Amsterdamsche huidenclub, die gevestigd was in Amsterdam. Hun huiden gingen allemaal naar het pakhuis van Schonewille, waar ze werden verzameld. De huiden werden wel gezouten, maar niet gelooid in Hoogeveen.”

Albert Booij uit Hoogeveen vertrok een tijd geleden voor familiebezoek naar Canada en kwam terug met een verhaal van zijn tante Jannie Stoevelaar-Rolleman, die tijdens de oorlogsjaren als jongvolwassene op Siberië, vlakbij Kamp Kremboong, woonde en wil dit verhaal met de lezers van de Veenmol delen.

Ook willen we alle inzenders van de enquête bedanken. Als je hierop hebt aangegeven vrijwilliger te willen worden, wil je je dan melden bij het bestuur? We zijn blij met alle hulp!
Je leest alle genoemde verhalen in deze Veenmol. Nieuwsgierig geworden naar al deze en andere mooie verhalen? Wordt dan lid van de Historische Kring Hoogeveen voor € 23,00 per jaar via de link Inschrijven als lid - Historische Kring Hoogeveen
Hiervoor krijg je veel meer dan vier keer per jaar de Veenmol!

Cadeausuggestie: geef tijdens de feestdagen iemand een jaarabonnement van de Historische Kring Hoogeveen cadeau. Dat kan eveneens via de link in dit artikel.

  Vaste rubrieken
- Historiael van de redactie
- Van de voorzitter
- Uitnodiging kringavond
- Nieuwe leden
- Nieuw in archief en bibliotheek
- Reacties op eerder geplaatste artikelen
- Zoekplaatjes

De Veenmol is voor 6 euro te koop bij de ledenadministrateur, boekhandel !Pet, de Bibliotheek en in de bibliotheek van de Historische Kring Hoogeveen.